Angst en nervositeit

Iedereen is wel eens nerveus of angstig. Dit gaat vaak samen met een bonzend hart, trillende handen en een zekere terughoudendheid om iets te ondernemen. Deze verschijnselen ontstaan door een activatie van het sympathische zenuwstelsel, met adrenaline als transmitter. De verschijnselen worden echter ook gerapporteerd na koffiegebruik. Het idee bestaat dus dat koffie of cafeïne angst en nervositeit kan versterken. Fysiologisch gezien is hier ook een verklaring voor te geven. Cafeïne blokkeert namelijk de werking van de neurotransmitter adenosine, die een kalmerende werking heeft1.

De onderzoeken

Nervositeit

Cafeïne kan leiden tot meer nervositeit in vergelijking met het niveau van voor consumptie, maar het leidt tevens tot grotere alertheid2,3 en, bijgevolg, betere prestaties4,5.

Onderzoek laat geen verband zien tussen angstgevoeligheid en cafeïneconsumptie6-9. Angstgevoelige mensen zijn al geneigd als reactie op een stressor meer bewust te zijn van lichamelijke symptomen zoals hartkloppingen en transpireren. Ze rapporteren deze ook als meer ernstig dan mensen met een lage gevoeligheid10. Of dat ook geldt voor de combinatie stressor en cafeïne is uitgezocht. De uitkomsten wijzen op overdrijving van lichamelijke sensaties bij hoog angstige personen. Het maakt daarbij niet uit of deze sensaties afkomstig zijn van cafeïne of iets anders, zoals een stressor.

Cafeïnisme

Hoewel uit veel onderzoeken blijkt dat cafeïne stemmingsverbetering veroorzaakt, kunnen hoge doseringen leiden tot negatieve stemmingseffecten zoals angst11-14. Zou men nog meer cafeïne innemen, dan kan dit zelfs leiden tot een conditie die ‘cafeïnisme' wordt genoemd15. Cafeïnisme wordt gekenmerkt door een toestand van chronische subjectieve angst die niet te behandelen is met de bekende angstremmende medicijnen16. Bij de in de literatuur beschreven casussen van cafeïnisme17,18 waren de betreffende personen vaak niet goed op de hoogte van het feit dat cafeïne in veel producten zit, laat staan dat ze wisten hoeveel cafeïne erin zat19. Infor­matie­ver­strek­king hierover, gevolgd door mindering van de cafeïneconsumptie gaf angstvermindering.

Waar de overgang ligt tussen positieve en negatieve effecten van cafeïne is niet goed aan te geven. Individuele verschillen en geslacht spelen een belangrijke rol20-25. Uit onderzoek onder de Amerikaanse en de Engelse bevolking blijkt geen verband te bestaan tussen koffie- en theeconsumptie en symptomen van angst24,25.

Stress - Cortisol

Koffie wordt veelal gedronken voor de gezelligheid en ontspanning26,27, dus ter vermindering van nervositeit. Dat dit effect niet alleen aan cafeïne te danken is, blijkt uit de koffieonderzoeken van Quinlan c.s28. Na inname van koffie verbeterde de stemming, was er meer plezier door het koffiedrinken en minder angst ongeacht of het om 1 of 2 koppen koffie ging. Interessant was de verlaging van het cortisolniveau in het speeksel, wat wijst op het plezierige van koffiedrinken en de ontspannende werking. Cortisol is nl. een belangrijke indicator van stress. In een ander onderzoek werd gewerkt met verschillende oplopende cafeïnedoseringen. Cafeïne in de lage doseringen verbeterde de stemming, maar niet consistent. Opvallend was dat de stemmingsveranderingen niet afhankelijk waren van het cafeïneniveau14. Blijkbaar zijn het verwachtingseffect en de geur en smaak van koffie belangrijker voor de kalmerende effecten dan de cafeïne die erin zit28.

Of cafeïne angst oproept, wordt niet alleen bepaald door angstgevoeligheid. Ook andere factoren spelen een rol: geslacht, lichamelijke activatie, tolerantie en stress. In het algemeen kan gesteld worden dat lage hoeveelheden cafeïne (< 100 mg) de stemming verbeteren en dat hogere doses (>300 mg) samengaan met een verslechtering van stemming, zoals angstigheid en nervositeit29,30. Bij matige doseringen variëren de effecten behoorlijk. Het is voornamelijk de individuele gevoeligheid voor cafeïne die de positieve of negatieve effecten van cafeïne bepaalt15, 31-33.

Ook lichamelijke inspanning reduceert de angstoproepende effecten van een acute hoge dosis cafeïne34,35. Het algemene principe hierachter is dat bij activering van het zenuwstelsel -door welke oorzaak dan ook- het effect van cafeïne relatief kleiner wordt of zelfs verdwijnt.

Angstaanval

Soms is angst zo ernstig dat er sprake is van een angstaanval (of -stoornis). Een angstaanval kent een periode van intense angst of gevoel van onbehagen, waarbij een aantal symptomen hoort die in binnen 10 min. tijd een hoogtepunt bereiken, zoals: hartkloppingen, versnelde hartactie, transpireren, trillen, enz.). Angstpatiënten zijn zich bovendien bewuster van deze symptomen wat weer kan bijdragen aan de ernst van hun angst36. Patiënten met een paniekstoornis reageren sterker op cafeïne dan normaal37. Het bevestigt het idee dat patiënten die aan een angststoornis lijden emotioneel overdreven gevoelig reageren op lichamelijke verschijnselen. Uit een ander onderzoek38,39 wijzen de resultaten op een hypergevoeligheid voor cafeïne bij bepaalde type angststoornissen. Deze overmatige gevoeligheid voor cafeïne berust waarschijnlijk op genetische factoren en een ontregeling van meerdere neuronale systemen40-42. Het is een puur fysiologisch gebeuren43-45. Forse hoeveelheden cafeïne kunnen angst oproepen vergelijkbaar met gegeneraliseerde angst en met paniekaanvallen. Toediening aan patiënten met paniekstoornissen en aan gezonde proefpersonen geeft aan dat de angstpatiënten gevoeliger zijn voor de effecten van cafeïne dan de controles. De paniekrespons lijkt dosisafhankelijk bij patiënten met paniekstoornissen39,45. Waarschijnlijk bezitten deze personen een zodanige predispositie voor angst dat cafeïne angststoornissen kan oproepen.

De rol van koffie

Normaal dagelijks koffiegebruik blijkt de stemming te verbeteren en leidt niet tot nervositeit of angst. Regelmatige koffiedrinkers zijn minder gevoelig voor dit effect van cafeine. Er kunnen grote verschillen bestaan in gevoeligheid voor cafeine. Overmatige gevoeligheid voor cafeïne berust op genetische factoren. Angstige mensen reageren emotioneler op lichamelijke reacties op cafeïne waardoor ze deze reacties als ernstiger beoordelen.

Literatuur

  • 1. Jain, N., et al., Anxiolytic activity of adenosine receptor activation in mice. Br J Pharmacol, 1995. 116(3): p. 2127-33.
  • 2. Smith, A., Sturgess, W., et al., Effects of a low dose of caffeine given in different drinks on mood and performance. Human Psychopharmacology: Clinical and Experimental, 1999. 14(7): 473-482.
  • 3. Smith, A., et al., Effects of caffeine and noise on mood, performance and cardiovascular functioning. Human Psychopharmacology: Clinical and Experimental, 1997. 12(1): 27-33.
  • 4. Solomon, R.M., The effects of trait anxiety, daily consumption level and dose of caffeine on female office workers. 1998.

  • 5. Bernstein, G.A., et al., Caffeine effects on learning, performance, and anxiety in normal school-age children. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 1994. 33(3): 407-15.
  • 6. Van de Vijver, I., Cafeïne, arousal and angst-gevoeligheid. VRT-2 verslag, Vakgroep Psychonomie, Afd. Psychologie, Universiteit van Amsterdam, 2002: 1-13.
  • 7. Deacon, B.J., Anxiety sensitivity dimensions and prediction of fearful responding to interoceptive exposure exer­cises. 2003.

  • 8. McWilliams, L.A., and Asmundson, G.J.G., Is there a negative association between anxiety sensitivity and arousal-­increasing substances and activities? Journal of Anxiety Disorders, 2001. 15(3): 161-170.
  • 9. Stewart, S.H., et al., Anxiety sensitivity and self-reported reasons for drug use. J Subst Abuse, 1997. 9: 223-40.

  • 10. Sturges, L.V. and Goetsch, V.L., Psychophysiological reactivity and heartbeat awareness in anxiety sensitivity. Journal of Anxiety Disorders, 1996. 10(4): 283-294.
  • 11. Green, P.J. and Suls, J., The effects of caffeine on ambulatory blood pressure, heart rate, and mood in coffee drinkers. J Behav Med, 1996. 19(2): 111-128.
  • 12. Liguori, A., Hughes, J.R., et al., Absorption and subjective effects of caffeine from coffee, cola and capsules. Pharmacol Biochem Behav, 1997a. 58(3): 721-726.
  • 13. Sicard, B.A., et al., The effects of 600 mg of slow release caffeine on mood and alertness. Aviation, space and Env Med, 1996. 67(9): 859-862.
  • 14. Quinlan, P.T., et al., The acute physiological and mood effects of tea and coffee: the role of caffeine level. Pharmacol Biochem Behav, 2000. 66(1): 19-28.
  • 15. Smith, B.D., et al., Arousal and behavior: Biopsychological effects of caffeine, in (2004). Nehlig, Astrid (Ed), Coffee, tea, chocolate, and the brain. (pp.35-52). Boca Raton, FL, US: CRC Press 237 pp. 2004.
  • 16. Hughes, R.N., Drugs which induce anxiety: Caffeine. New Zealand Journal of Psychology, 1996. 25(1): 36-42.
  • 17. Bradley, J.R., and Petree, A., Caffeine consumption, expectancies, of caffeine-enhanced performance, and caffeinism among university students. J. Drug Education, 1990. 20(4): 319-328.
  • 18. Mackay, D.C., and J.W. Rollins, Caffeine and caffeinism. Journal of Royal Naval Medical Service, 1989. 75(2): p. 65-67.
  • 19. Bridle, L., Remick, J., et al., Is caffeine excess part of your differential diagnosis? Nurse Pract, 2004. 29(4): 39-44.
  • 20. Mumford, G.K., et al., Discriminative stimulus and subjective effects of theobromine and caffeine in humans. Psychopharmacology (Berl), 1994. 115(1-2):. 1-8.
  • 21. Totten, G.L., and France, C.R., Physiological and subjective anxiety responses to caffeine and stress in nonclinical panic. Journal of Anxiety Disorders, 1995. 9(6): 473-488.
  • 22. Botella, P., and Parra, A., Coffee increases state anxiety in males but not in females. Human Psychopharmacology, 2003. 18(2): 141-143.
  • 23. James, J.E., Caffeine and health. 1991, London: Academic Press.
  • 24. Eaton, W.W., and McLeod, J., Consumption of coffee or tea and symptoms of anxiety. Am J Public Health, 1984. 74(1): 66-8.
  • 25. Warburton, D., and Thompson, D.H., An evaluation of the effects of caffeine in terms of anxiety, depression and ­headache in the general population. Pharmacopsychoecologia, 1994. 7: 55-61.
  • 26. Harris Research Centre, The value of pleasure and the question of guilt - international data tabulations, in Research Report JN66029, T. Simpson and L. Bellchambers, Editors. 1996: 220.
  • 27. Stewart, S.H., et al., Anxiety sensitivity and self-reported reasons for drug use. J. Substance Abuse, 1997. 9: 223-240.

  • 28. Quinlan, P., Lane, J., et al., Effects of hot tea, coffee and water ingestion on physiological responses and mood: the role of caffeine, water and beverage type. Psychopharmacology (Berl), 1997. 134(2): 164-173.
  • 29. Loke, W.H., Effects of caffeine on mood and memory. Physiol & Behav., 1988. 44: 367-372.

  • 30. Nehlig, A., Dependence upon coffee and caffeine: An update, in (2004). Nehlig, Astrid (Ed), Coffee, tea, chocolate, and the brain. (pp.133 146). Boca Raton, FL, US: CRC Press 237 pp. 2004.
  • 31. James, J.E., The influence of user status and anxious disposition on the hypertensive effects of caffeine. Int J Psychophysiol, 1990. 10(2): 171-179.
  • 32. Zahn, T.P., and Rapoport, J.L., Acute autonomic nervous system effects of caffeine in prepubertal boys. Psycho­pharmacology (Berl), 1987. 91(1): 40-44.
  • 33. Lyvers, M., Brooks, J., et al., Effects of caffeine on cognitive and autonomic measures in heavy and light caffeine consumers. Australian Journal of Psychology, 2004. 56(1): 33-41.
  • 34. Motl, R.W., and Dishman, R.K., Effects of acute exercise on the soleus H-reflex and self-reported anxiety after caffeine ingestion. Physiol Behav, 2004. 80(4): 577-585.
  • 35. Youngstedt, S.D., et al., Acute exercise reduces caffeine-induced anxiogenesis. Med Sci Sports Exerc, 1998. 30(5): 740-5.
  • 36. Zoellner, L.A., and Craske, M.G., Interoceptive accuracy and panic. Behav Res Ther, 1999. 37(12): 1141-58.

  • 37. Beck, J.G., and Berisford, M.A., The effects of caffeine on panic patients: response components of anxiety. Behavior Therapy, 1992. 23: 405-422.
  • 38. Bruce, M., et al., Anxiogenic effects of caffeine in patients with anxiety disorders. Arch Gen Psychiatry, 1992. 49(11): 867-9.
  • 39. Charney, D.S., Heninger, G.R., t al., Increased anxiogenic effects of caffeine in panic disorders. Arch Gen Psychiatry, 1985. 42(3): 233-243.
  • 40. Krystal, J.H., Deutsch, D.N., et al., The biological basis of panic disorder. J Clin Psychiatry, 1996. 57 Suppl 10: p. 23-31; discussion 32-3.
  • 41. Fukuda, K., Novel hypothesis for the cause of panic disorder via the neuroepithelial bodies in the lung. Med Hypotheses, 2005. 64(6): 1192-7.
  • 42. Strohle, A., [Experimental provocation of panic attacks as a human experimental model for anxiety]. Nervenarzt, 2003. 74(9): 733-9.
  • 43. Boulenger, J.P., and Uhde, T.W., Caffeine consumption and anxiety: preliminary results of a survey comparing patients with anxiety disorders and normal controls. Psychopharmacol. Bull., 1982. 18: 53-57.
  • 44. Bourin, M., Baker, G.B., et al., Neurobiology of panic disorder. J Psychosom Res, 1998. 44(1): 163-80.

  • 45. Uhde, T.W., Boulenger, J.P., et al., Caffeine: relationship to human anxiety, plasma MHPG, and cortisol. Psychopharmacol. Bull, 1984. 20(3): 426-430.

Print Page