Maagklachten en zweren

Maagklachten variëren van misselijkheid en pijn tot een opgeblazen gevoel. De meest voorkomende oorzaken van maagklachten zijn maagzweren en een verstoorde maagmotiliteit. Maagzweren zijn voor het overgrote deel een gevolg van besmetting met een bacterie ( Helicobacter pylori ). Er moeten echter ook andere factoren aanwezig zijn waardoor de bacterie een zweer kan veroorzaken in het maagslijmvlies. Ook het duodenum – eerste deel van de dunne darm – wordt blootgesteld aan maagzuur. Indien het maagzuur het slijmvlies van de dunne darm aantast, kan een zweer ontstaan. De relatie tussen maagklachten, zweren en koffieverbruik wordt hieronder nader uitgelegd.

De onderzoeken

Maagzweren

Koffie blijkt niet van invloed te zijn op de bacterie Helicobacter pylori1. Uit Deens onderzoek blijkt geen verband tussen het optreden van maagzweren en koffiegebruik, ongeacht het consumptieniveau2. In een ander onderzoek is opvallend genoeg gevonden dat niet de koffie, maar de suiker in de koffie een risicofactor was voor het ontstaan van maagzweren3. Ook wordt overgewicht en theedrinken wel in verband gebracht met maagzweren4. Een onderzoek laat zien dat bij koffiedrinkers de permeabiliteit van de maagdarmmucosa wordt verhoogd bij koffiegebruik. Na onthouding van 48 uur bleek de darmmucosa echter alweer hersteld5,6. Koffie heeft wel invloed op de maaglediging, maar dit effect is hoogst individueel. Bij de meeste mensen versnelde koffie de maaglediging, maar bij sommigen wordt de maaglediging juist vertraagd7,8. De maaglediging na een vloeibare maaltijd blijkt niet beïnvloed te worden door koffie9.

Duodenumaandoeningen

In een grootschalig prospectief onderzoek naar de rol van cafeïne op ziekte van de twaalfvingerige darm is geen verband gevonden met koffie, cafeïnehoudende dranken of cafeïnevrije koffie10. Het is mogelijk dat ook psychologische factoren een rol spelen. Zo is in een onderzoek11 geconcludeerd dat emotionele kwetsbaarheid of stress de kans op zweren aan het duodenum verhoogt. Patiënten met zweren aan het duodenum minderen vaak hun koffieconsumptie. Een relatie tussen het drinken van koffie en pijnklachten is echter niet aangetoond12.

De rol van koffie

Er is geen verband aangetoond tussen koffie en maagzweren of de pijnklachten daarbij. Koffie kan mogelijk effect hebben op de maagmotiliteit. Patiënten met een ulcus aan het duodenum minderen vaak hun koffieconsumptie. Dat koffie een rol speelt bij zweren aan het duodenum is echter niet waarschijnlijk.

Literatuur

  • 1. Gikas, A., Triantafillidis, J.K., et al., Relationship of smoking and coffee and alcohol consumption with seroconversion to Helicobacter pylori: a longitudinal study in hospital workers. J Gastroenterol Hepatol, 2004. 19(8): 927-933.
  • 2. Rosenstock, S., Jorgensen, T., et al., Risk factors for peptic ulcer disease: a population based prospective cohort study comprising 2416 Danish adults. Gut, 2003. 52(2): 186-93.
  • 3. Suadicani, P., Hein H.O., et al., Genetic and life-style determinants of peptic ulcer. A study of 3387 men aged 54 to 74 years: The Copenhagen Male Study. Scand J Gastroenterol, 1999. 34(1): 12-17.
  • 4. Lu, C.L., Chang, S.S., et al., Silent peptic ulcer disease: frequency, factors leading to “silence,” and implications re­garding the pathogenesis of visceral symptoms. Gastrointest Endosc, 2004. 60(1): 34-8.
  • 5. Cibickova, E., Cibicek, N., et al., The impairment of gastroduodenal mucosal barrier by coffee. Acta Medica (Hradec Kralove), 2004. 47(4): 273-5.
  • 6. Hamada, E., Nakajima, T., et al., Effect of caffeine on mucus secretion and agonist-dependent Ca2+ mobilization in human gastric mucus secreting cells. Biochim Biophys Acta, 1997. 1356(2): 198-206.
  • 7. Chang, L.M., Chen, G.H., et al., Effect of coffee on solid-phase gastric emptying in patients with non-ulcer dyspepsia. Gaoxiong Yi Xue Ke Xue Za Zhi, 1995. 11(8): 425-9.
  • 8. Lien, H.C., Chen, G.H., et al., The effect of coffee on gastric emptying. Nucl Med Commun, 1995. 16(11): 923-6.
  • 9. Boekema, P.J., Lo, B., et al., The effect of coffee on gastric emptying and oro-caecal transit time. Eur J Clin Invest, 2000. 30(2): 129-34.
  • 10. Aldoori, W.H., Giovannucci, E.L. et al., A prospective study of alcohol, smoking, caffeine, and the risk of duodenal ulcer in men. Epidemiology, 1997. 8(4): 420-4.
  • 11. Levenstein, S., Prantera, C., et al., Patterns of biologic and psychologic risk factors in duodenal ulcer patients. J Clin Gastroenterol, 1995. 21(2): 110-7.
  • Elta, G.H., Behler. E.M. et al., Comparison of coffee intake and coffee-induced symptoms in patients with duodenal ulcer, nonulcer dyspepsia, and normal controls. Am J Gastroenterol, 1990. 85(10): 1339-42
  • 12. Elta, G.H., Behler. E.M. et al., Comparison of coffee intake and coffee-induced symptoms in patients with duodenal ulcer, nonulcer dyspepsia, and normal controls. Am J Gastroenterol, 1990. 85(10): 1339-42.

Print Page